Verslag bijeenkomst 19 juni | Natuur & Milieu

Verslag bijeenkomst 19 juni

Op 19 juni vond de tweede kennissessie van Road to Zero plaats bij Capgemini in Utrecht. Met Road to Zero wil Natuur & Milieu, samen met kennispartners Royal HaskoningDHV, Fier Automotive & mobility, EVConsult en Fleet Support werken een een emissieloos wagenpark in 2030. Tijdens bijeenkomsten wordt in werkgroepen met koplopers aan kennisdelen en het kennisontwikkeling rondom zakelijk elektrisch rijden en elektrisch leasen gedaan. Met input vanuit deze sessies zal een gezamenlijke handleiding worden opgesteld met praktische praktische handvatten om de transitie naar elektrisch rijden te versnellen.

In de kennissessie van 19 juni zijn de volgende thema’s in werkgroepen besproken:

  • Leasebeleid en arbeidsvoorwaarden
  • Personenwagenpark en bedrijfswagens
  • Laadinfrastructuur

Ook was er een plenaire sessie waarbij EVConsult, Albert Heijn Online en PostNL kennis presenteerden. De presentaties van Albert Heijn Online en PostNL zijn als best practice op deze site opgenomen, de presentatie van EVConsult is onderaan dit verslag te vinden.

Werkgroep Leasebeleid en arbeidsvoorwaarden

Fleet Support

De sessie van Fleet Support betrof EV-beleid en mobiliteitsregeling en werd goed bezocht. Onder leiding van Arie Brundel – Senior Consultant hebben vertegenwoordigers van negen organisaties de volgende drie onderwerpen besproken.

Beleidskeuzes en mobiliteitsprofiel
Mobiliteitsbeleid is afhankelijk van je totale beleid en profiel als organisatie. Dit profiel kan gemaakt worden aan de hand van vier kernrichtingen. Hoeveel waarde geef je aan de belangrijkheid van duurzaamheid, flexibiliteit van je beleid, aantrekkelijk werkgeverschap en kostenbeheersing.
De terugkoppeling van de deelnemers gaf aan dat op de eerste plaats “aantrekkelijk werkgeverschap” genoemd werd (5 van de 9 deelnemers), gevolgd door duurzaamheid (3) en kostenbeheersing (2). Flexibiliteit werd door niemand als belangrijkste element genoemd.
In de introductieronde die aan de sessie voorafging gaf het merendeel van de deelnemers aan concrete doelstelling voor CO2-reductie te hebben. Een voorzichtige conclusie van deze oefening is dat als je elektrificatie wil versnellen, je het streven naar “aantrekkelijk werkgeverschap” wel centraal moet houden. Het promoten van elektrificatie zal naar alle waarschijnlijkheid beter werken dan het ontmoedigen van fossiele brandstof.

Promotie EV en ontmoediging fossiele brandstof
Vanuit de eerste sessie hebben we deze onderwerpen verder uitgediept. Diverse concrete voorbeelden zijn door de deelnemers benoemd:

Promotie:

  • Geef meer ruimte in het leasebedrag bij een autokeuze met een CO2 minder dan 50 gr/km
  • Geef de werknemer een beloning bij lagere kosten
  • Maak poolauto’s elektrisch en geef leaserijders de kans om deze een week te testen
  • Vergoed de laadpaal die thuis staat
  • Maak kortingsafspraken met merken om het leasetarief te verlagen
  • Bij merkenbeperking, maak een uitzondering voor elektrisch
  • Bied een mogelijkheid aan voor een niet-elektrische vakantieauto. De ervaring van een van de deelnemers is dat er uiteindelijk niet eens gebruik van wordt gemaakt. Maar het kan mensen wel over een drempel helpen.

Ontmoedigen:

  • Alleen de keuze uit elektrische auto of openbaar vervoer bieden
  • De eigen bijdrage baseren op de hoogte van de CO2 uitstoot

Normering uit leaseregeling
Het laatste deel van de sessie werd aan leasebudgetten en normering besteed. Hoe kun je met behulp van leasenormen een versnelling van elektrificatie van het wagenpark sturen/faciliteren?
Enkele suggesties die besproken zijn:

  • Zorg dat normering is gebaseerd op leasekosten en brandstofkosten, waarbij die brandstofkosten gebaseerd zijn op werkelijke praktijkcijfers
  • Kies een norm op benzine als referentie voor EV
  • Geef extra flexibiliteit in gebruiksperiode. Oftewel: nu een contract van twee of drie jaar zorgt voor overbrugging naar meer EV-aanbod
  • Ontmoedig fossiele keuzes door de looptijd te verkorten in de komende jaren. Het bedrag blijft daarbij gelijk, terwijl de looptijd korter wordt en dus de koopkracht en autokeuze kleiner

Personenwagenpark en bedrijfswagens

Fier Automotive & Mobility

De tweede sessie Personenwagenpark en bedrijfswagens, gefaciliteerd door Fier, was een informatieve sessie. Twee onderwerpen kwamen aan de orde: het aanbod van voertuigen en de business case.

Aanbod personenwagens
Wat betreft het aanbod van personenvoertuigen zijn drie criteria belangrijk. Ten eerste de range die een auto kan rijden op een volle accu, ten tweede de laadsnelheid bij een ‘gewone’ laadpaal op AC-(wissel)stroom en ten slotte de laadsnelheid bij een snellaadpaal op DC-(gelijk)stroom. Er blijkt dat er vrij veel verschil is tussen de verschillende voertuigen op deze drie criteria. In de prijsklasse tussen de 25k en 50k is er op dit moment best een aantal goede auto’s beschikbaar. Let bij het kiezen voor een auto dus niet alleen op de prijs, uitrusting en range, maar ook op de laadsnelheid. Een kleine range in combinatie met een hoge (snel)laadsnelheid kan een beter alternatief zijn dan een auto met een grotere range die langzamer laadt of geen mogelijkheid tot snelladen heeft. Let daarbij ook op de beschikbaarheid van de voertuigen. Bepaalde automodellen (de Opel Ampera-E bijvoorbeeld) zijn al wel op de markt, maar de levertijd is erg lang. In het hogere segment, rond de 80k+, zijn op dit moment alleen de Tesla modellen S en X, en de Jaguar I-Pace beschikbaar. In dit segment komen de komende tijd een aantal modellen op de markt. De nieuwere modellen hebben in alle gevallen ook een grotere range.

Aanbod bestelbussen
De keuze voor een bepaald type bestelbus is vaak rationeler dan de keuze van een personenauto. Het voertuig speelt vaak een prominentere rol in de bedrijfsvoering en heeft veelal niets te maken met secondaire arbeidsvoorwaarden. Bij het keuzeproces van een elektrische bestelbus dient men rekening te houden met operationele en financiële haalbaarheid (zie business case). Denk bij operationele haalbaarheid aan range, oplaadtijd (snel en langzaam laden) maar ook aan effectieve ruimte en het gewicht voor de goederen. Een elektrische variant in vergelijkbare maat is in elektrische vorm vaak een stuk zwaarder, wat invloed kan hebben op het maximale gewicht van de goederen en daarmee ook het rijbewijs. Er komt een nieuwe regeling waarbij het mogelijk is om met een B rijbewijs een 4.250 kg wegend elektrische voertuig te mogen rijden. Bij de keuze om duurzamer te gaan vervoeren is het mogelijk interessant om ook te kijken naar alternatieve vormen van elektrische voertuigen zoals e-cargo-bikes, trikes etc.. Wanneer men de keuze maakt om nu voor een elektrische bestelbus te gaan, is er een relatief beperkte keuze aangezien de markt nog niet volwassen is. Er zijn enkele OEM’s (Original Equipment Manufacturers) in deze markt zoals Renault (Twizy, Kangoo) en Nissan (e-NV200), maar er zijn ook veel kleinere (ombouw)bedrijven zoals Orten en StreetScooter. Naar verwachting gaat het aanbod op korte termijn snel groeien, wanneer men kijkt naar de persberichten van de OEM’s.

Business case personenwagens
De business case voor elektrische auto’s ten opzichte van vergelijkbare auto’s met een verbrandingsmotor is op dit moment al positief. De aanschafprijs of leaseprijs van EVs is hoger, maar de grote winst zit in de kosten voor brandstof en kWh’s. Hier is een EV 40-50% goedkoper. Verder zijn de onderhoudskosten lager, en betaal je voor een EV geen BPM. Ook zijn er voor zakelijke rijders belastingvoordelen te behalen, door bijvoorbeeld gebruik te maken van de MIA-regeling (Milieu-investeringsaftrek). Bij leaseauto’s geldt voor de gebruikers natuurlijk ook de gunstige bijtelling van 4%. Let op: vanaf 1-1-2019 geldt deze lage bijtelling niet meer voor het complete aanschafbedrag voor elektrische auto’s boven de 50k. Verder betaal je als werkgever natuurlijk voor de laadpalen op je eigen terreinen en eventueel bij de werknemers thuis. Deze laadpalen vergen een investering, maar deze is terug te verdienen omdat vervolgens op eigen terrein goedkoper geladen kan worden dan op een publieke laadpaal of snellaadpaal. Kanttekening daarbij is dat de kosten voor laadinfrastructuur erg oplopen als netverzwaring nodig wordt. Dit is meestal pas het geval bij een groot aantal laadpalen.

Business case bestelbussen
Zoals bij de personenauto’s, zijn ook de bestelbussen in elektrische variant in aanschafprijs duurder dan de diesel equivalenten. Ook zijn de operationele kosten (wegenbelasting, energiekosten, onderhoud) lager bij een EV, waarbij er bij een bepaalde kilometrage per jaar een elektrische variant financieel aantrekkelijk wordt. De overheid stuurt daarbij op het gebruik van EV’s doormiddel van belastingvoordelen (MIA/VAMIL/geen wegenbelasting) en eventueel subsidie (veelal door regionale overheden). Alle TCO-berekeningen (Total Cost of Ownership) verdienen een maatwerk-aanpak, omdat de wensen aan een voertuigen en het type gebruik erg uit elkaar liggen. Sommige cases zijn al snel financieel positief voor een EV, maar in andere gevallen is elektrisch rijden nog niet haalbaar. Naast direct financiële stimuleringsmaatregelen zijn er ook indirecte (financiële) stimuleringsmaatregelen voor EV’s. Denk daarbij aan gratis parkeren, bredere venstertijden, toegang tot voetgangersgebied, (gratis) snelladen, busbanen openstellen en gratis toegang tot tolwegen. Deze worden nog niet breed ingezet, maar overheden verkennen verschillende maatregelen om ondernemers makkelijker de keuze te laten maken voor duurzamer vervoer.

Laadinfrastructuur

EVConsult

De expertgroep over laadinfrastructuur, geleid door EVConsult, heeft de tweede bijeenkomst besteed aan een aantal belangrijke randvoorwaarden voor laden op eigen terrein. De onderwerpen stonden transparantie laadtarieven en optimalisatie gebruik laadpunten stonden centraal.

Laadtarieven zijn niet voldoende transparant en voordelig
Door te investeren in laadinfrastructuur op eigen terrein kun je er als bedrijf voor zorgen dat je wagenpark op basis van een goedkoop tarief laadt, namelijk op basis van je eigen stroomtarief. Echter, door afspraken tussen jouw laadpasleverancier (Mobility Service Provider ofwel MSP) en de operator van de laadpunten (Charge Point Operator ofwel CPO) kunnen additionele kosten voor roaming in rekening worden gebracht. In de praktijk blijkt dat in sommige configuraties tussen MSPs en CPOs nog steeds hoge roaming-tarieven worden gerekend. Bedrijven kunnen deze extra kosten voorkomen door bij de aankoop van laadinfrastructuur voor eigen terrein een harde eis te stellen.

Optimalisatie van het gebruik van laadpunten
De mogelijkheden om ervoor te zorgen dat laadpunten zo optimaal mogelijk worden gebruikt zijn volop in ontwikkeling. Op basis van de case van PWC hebben deelnemers nagedacht over het aantal laadpunten dat nodig is om in de laadbehoefte op eigen terrein te voorzien, en de mogelijkheden die bestaan om laadpunten zo optimaal mogelijk te gebruiken. Interessante mogelijkheden zijn bijvoorbeeld: meerdere parkeerplaatsen per laadpunt, loskoppeling van de kabel nadat de batterij vol is, gebruik van een app die rekening houdt met het rijgedrag, prioriteitsplekken versus een verlaagd laadvermogen op andere plekken en benutting van laadpunten door ook een andere vloot zodat bijvoorbeeld de laadpunten op kantoorlocaties ’s nachts en in het weekend ook worden gebruikt. Voor wat betreft dit laatste aspect waren de deelnemers het eens dat er nog veel meer samenwerking tussen bedrijven en organisaties mogelijk is op het gebied van laadinfrastructuur!

Plenaire sessie

EVConsult

Key voor de overgang naar een elektrisch wagenpark is de beschikbaarheid van voldoende laadinfrastructuur. EVConsult besteedt in lijn met eigen missie – het versnellen van de transitie naar elektrisch vervoer – dan ook veel aandacht aan dit onderwerp.

Voor bedrijven met een elektrische vloot hanteert EVConsult een gestructureerde aanpak en aanbestedingsproces in voorbereiding op de realisatie van laadpunten op bedrijfsterrein, waardoor een kosteneffectieve en toekomst vaste laadoplossing wordt gekozen. EVConsult heeft op basis van deze aanpak ook Albert Heijn Online en PostNL geadviseerd in voorbereiding op de aankoop van laadinfrastructuur voor elektrische bestelbussen. De leerpunten die EVConsult heeft genoemd voor bedrijven die op zoek zijn naar een laadoplossing zijn als volgt:

  1. Stem de laadoplossing af op het gewenste gebruikersprofiel en het bedrijf – niet andersom. Het loont om eerst intern en in overleg met verschillende betrokkenen waaronder de wagenparkbeheerder, facilitair manager en inkoopmanager de eisen ten aanzien van de laadoplossing in kaart te brengen. Op deze manier kies je als bedrijf een laadoplossing die bij je past.
  2. Slim laden is een containerbegrip. Vraag om de functionaliteiten die je nodig hebt.
  3. Kies voor een toekomst vaste oplossing die uit te breiden is zonder veel breekwerk. De aanleg van laadinfrastructuur vergt vaak redelijk wat civiele werkzaamheden. Zorg ervoor dat deze civiele werkzaamheden niet opnieuw hoeven te worden gedaan bij uitbreiden, bijvoorbeeld met hulp van een dikkere voedingskabel of alvast kabelgoten.
  4. Overweg innovatieve toepassing ter verbetering van de gebruikersvriendelijkheid.
  5. Kleinere organisaties: bundel je kennis en krachten door laadinfrastructuur samen met andere organisaties in te kopen. Gezamenlijke kennis en inkoopkracht zorgt voor een kosteneffectieve laadoplossing.
  • sponsor
  • sponsor
  • sponsor