Beter leven keurmerk criteria Veevoer en grondstoffen | Natuur & Milieu

Beter leven keurmerk criteria Veevoer en grondstoffen

Koeien op de melkveehouderij eten een combinatie van kracht- en ruwvoer. Krachtvoer wordt geproduceerd in een fabriek en heeft een geconcentreerde voedingswaarde. Het bestaat vaak uit peulvruchten of graansoorten zoals mais, tarwe of gerst. Ruwvoer is gedroogd gras of hooi. Je zou het misschien niet denken, maar wat de koe eet draagt veel bij aan de milieu-impact van zuivel (en ook vlees).

Het moet verbouwd worden, neemt land in beslag en er worden soorten kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt om het gewas goed te laten groeien. Veel diervoergrondstoffen die je in krachtvoer vindt, worden geteeld in Zuid Amerika. Daar kan het leiden tot ontbossing en het neemt veel van het land in beslag dat anders gebruikt zou kunnen worden voor het verbouwen van voedsel voor mensen. De intensieve teelt onttrekt veel mineralen uit de bodem waardoor het steeds moeilijker wordt om vruchtbare grond te vinden. Dat terwijl we hier juist een overschot aan mineralen en mest hebben.

De criteria binnen Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming voor melkveehouderijen, richten zich er daarom op om de mineralenkringloop zoveel mogelijk te sluiten. Een van de manieren om dit te doen, is door de koeien zoveel mogelijk van eigen grond te voeren. Veel grasland waarop de koeien lekker kunnen grazen. Gedroogd is gras ook een prima ruwvoer en goede bron van eiwitten voor de koeien die op stal staan. Melkveehouderijen die aangesloten zijn bij Beter Leven keurmerk, hebben daarom een hoog percentage grasland, minimaal 80%. De hoeveelheid krachtvoer is juist lager en het dagelijkse kostje van de koeien mag voor maximaal 40% uit krachtvoer bestaan.

Bestrijdingsmiddelen

Dat hoge percentage grasland op de melkveehouderij heeft nog een paar voordelen. Gras heeft minder sterke bestrijdingsmiddelen nodig dan bijvoorbeeld de teelt van krachtvoer. De bestrijdingsmiddelen die de boeren gebruiken, hebben een veel lagere milieu-impact. Zeker het middel glyfosaat, waar de velden geel worden, komt op de melkveehouderij met 1 ster Beter Leven keurmerk voor zuivel niet voor. Daarnaast is grasland geschikt voor grond waar andere teelt niet mogelijk is. Een gemakkelijk te verbouwen gewas, wat het eigenlijk overal goed doet.
Voor het voer wat niet van het bedrijf zelf kan komen stellen we als eis dat het zo min mogelijk kilometers aflegt. Voor ruwvoer geldt dan maximaal 50km van het bedrijf en het krachtvoer moet op termijn voor minimaal 70% uit Europa komen. Krachtvoer wordt verbouwd zonder genetisch gemodificeerde organismen (GMO’s).

Ontwikkeling biodiversiteit

Om ook biodiversiteit op de melkveehouderij te ontwikkelen, is 15% van het land permanent grasland. Dat betekent dat het minimaal tien jaar lang met rust gelaten wordt (er wordt niet gefreesd en gescheurd). Hierdoor krijgt het bodemleven volop de kans om zich te ontwikkelen en groeien planten en kruiden lekker door. Dit heeft een enorm positief effect op de biodiversiteit.

Zoveel mogelijk voer van eigen grond dus. We houden we de milieu-impact laag, we zorgen dat diervoerproductie niet ten koste gaat van voedselproductie voor mensen en we sluiten ook de mineralenkringloop van het bedrijf. Hoe? Dat lees je hier.

De verbreding van het Beter Leven keurmerk met milieu- en natuurcriteria naast de bestaande dierenwelzijnscriteria wordt als eerste toegepast binnen de melkveehouderij. Op termijn worden de Beter Leven keurmerk dierenwelzijnscriteria voor de pluimvee- en varkenshouderij ook verbreed met natuur-en milieucriteria.

Meer lezen over de verbreding van Beter Leven keurmerk? Klik hier.

  • sponsor
  • sponsor
  • sponsor
[gravityform id="186" title="false" description="false"]
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.