Om bij het begin te beginnen: alle stappen van het productieproces hebben voedings- en grondstoffen nodig. Daarmee dragen de verschillende stappen in het productieproces bij aan de klimaatimpact van voedsel. Dat begint bij de teelt. Groente op een akker krijgt zonlicht, maar groente of fruit in een kas wordt vaak verwarmd. Dat kost energie en gaat samen met uitstoot van broeikasgassen.
Vervolgens moet dat voedsel in onze supermarkten terechtkomen. Voor het vervoer zijn brandstoffen nodig en ook daar komen broeikasgassen bij vrij. Voor voedsel van verder weg maakt het transportmiddel enorm uit. Vervoer met het vliegtuig is verreweg de slechtste optie. Vervoer via boot of vrachtwagen zijn een betere optie, en treinvervoer is nóg duurzamer – 10 keer zo duurzaam als een vrachtwagen! Het is wel zo dat de klimaatimpact van vervoer relatief klein is (minder dan 10%) ten opzichte van de impact van de teelt.
Naast het gebruik van energie zijn er meer aspecten die de duurzaamheid van voedsel beïnvloeden:
- De hoeveelheid land die nodig is. Producten met een hoge opbrengst per hectare (bijvoorbeeld trostomaat, komkommer, courgette of wortels) zijn duurzamer dan producten met een lage opbrengst (bijvoorbeeld puntpaprika, cherrytomaat, doperwten of broccoli).
- Het waterverbruik. In Nederland is er over het algemeen genoeg (grond)water, maar in bijvoorbeeld (delen van) Spanje is dat niet altijd het geval. Als er dan veel water wordt gebruikt bij het telen van voedsel, brengt dat de (drink)watervoorraad in gevaar.
- Het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Voor het gebruik daarvan gelden in verschillende Europese landen verschillende regels. In Nederland zijn de regels over het algemeen strikter dan in andere landen. Maar omdat we hier zoveel landbouw op een kleine oppervlakte hebben, zijn de effecten van het gebruik van bestrijdingsmiddelen helaas toch goed merkbaar.
- Biologische producten zijn geteeld zonder chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen. Dit is beter voor de natuur. Voor de productie is echter in principe niet minder energie nodig dan voor de teelt van niet-biologische producten.