Verkenning Energienetten Nederland | Natuur & Milieu

Verkenning Energienetten Nederland

Verkennend onderzoek naar de ontwikkeling van het aantal woningen in Nederland met een gasaansluiting in de periode 2011-2018

Nederland gaat van het aardgas af. Om te monitoren of we de komende jaren op de goede weg blijven, hebben Alliander, Stedin en Natuur & Milieu deze Verkenning Energienetten gemaakt. Voor deze Verkenning Energienetten is gekeken naar de ontwikkeling van het aantal woningen in Nederland met een gasaansluiting in de periode 2011–2018. Omdat gas niet de enige energiebron is om een woning te verwarmen, tellen we ook het aantal elektriciteits- en warmtenetaansluitingen; hiervoor zijn cijfers gebruikt uit de periode 2012–2017.

Bevindingen

Uit deze Verkenning Energienetten blijkt dat in de periode 2011–2018 het aantal gasaansluitingen steeg met 7,8 procent en het aantal elektriciteitsaansluitingen met 9,1 procent. Het aantal woningen dat is aangesloten op een warmtenet steeg tussen 2012 en 2017 met 18 procent. Het aandeel woningen met een gasaansluiting in de gebouwde omgeving bleef in de analyseperiode rond de 90 procent. In 2012 was 4,6 procent van de woningen op een warmtenet aangesloten, in 2017 5,2 procent.

Het totale gasverbruik in Nederland is in de onderzochte periode nauwelijks veranderd. In 2011 was dat 10,5 miljoen m3 per jaar, in 2018 was het gedaald naar iets minder dan 10 miljoen m3. Het totale elektriciteitsverbruik bleef gelijk rond de 27 miljard kWh. Bij het gemiddelde verbruik per woning zijn wel duidelijke verschillen te zien. Het gasverbruik ging van 1.828 m3 per woning in 2011 naar 1.615 in 2018, een daling van 12 procent. Het verbruik van elektriciteit daalde met 9 procent, van 3.882 kWh in 2011 naar 3.548 kWh in 2018.

Kwaliteit van gegevens

Tijdens de uitvoering van de Verkenning Energienetten bleek de kwaliteit van de beschikbare gegevens onvoldoende om een precieze monitoring te doen. Voor de analyse op woningniveau was het noodzakelijk om veel aannames te doen, filters te gebruiken en correcties uit te voeren. Doordat beschikbare gegevens niet eenduidig te interpreteren zijn, ontstaan verschillen in methodes en uitkomsten tussen verschillende onderzoeksinstellingen. Hierdoor is niet precies aan te geven of de transitie naar een gasloze gebouwde omgeving begonnen is.

Jurriën Vroom, Projectleider Energie bij het CBS, beaamt dit: ‘Ook het CBS moet helaas constateren dat met behulp van de huidige data geen exacte uitspraken kunnen worden gedaan over het aantal woningen met een gas-, elektriciteits- en/of warmtenetaansluiting. Met name op het gebied van warmte bestaat een significante kennislacune. Van woningen of utiliteitsgebouwen die op een warmtenet zijn aangesloten is geen centraal register beschikbaar. Voor het aardgas en elektriciteitsnet is dat aansluitingenregister er wel. Helaas koppelen deze gegevens niet altijd met de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). Deze koppeling is noodzakelijk om een indeling naar type afnemer (woning, utiliteit) te kunnen maken. Zo lang er geen goede warmtedata is en in de aansluitingenregisters geen expliciete link met verblijfsobjecten in de BAG is gelegd is het niet mogelijk om de transitie naar een gasloze gebouwde omgeving secuur te monitoren.’

Klik hier voor het rapport.

  • sponsor
  • sponsor
  • sponsor
[gravityform id="98" title="false" description="false"]
  • Bekijk de privacyverklaring