Pak woningbouwopgave en mobiliteit in een keer aan | Natuur & Milieu

Pak woningbouwopgave en mobiliteit in een keer aan

Rob van Tilburg, directeurs Programma's bij Natuur & Milieu schreef een opinieartikel voor Milieumagazine. Hierin pleitte hij voor een gecombineerde aanpak: slim en duurzaam stadsvervoer kan een deel van de oplossing zijn voor de woningbouwopgave.

Door Rob van Tilburg

Nederland staat voor de uitdaging om in elf jaar tijd bijna één miljoen nieuwe woningen te realiseren. Deze enorme opgave biedt ook een grote kans voor de verduurzaming van mobiliteit. Laten we daarom de woningbouwopgave en mobiliteit in één keer aanpakken en alternatieven voor de auto meer ruimte geven. Slim en duurzaam stadsvervoer kan daarbij een deel van de oplossing zijn voor de woningbouwopgave. Natuur & Milieu presenteerde daarvoor eerder dit jaar het concept ‘leefzone‘. Deelmobiliteit en actief parkeerbeleid zijn in dat concept de sleutels tot de toekomstige wijk.

Ander mobiliteitsgedrag door slimme ruimtelijke inrichting

Ruimtelijk beleid en mobiliteit zijn nauw verbonden. De ruimtelijke structuur en inrichting van de gebouwde omgeving beïnvloedt de mobiliteitskeuzes van mensen. De locatie van nieuwbouwwoningen bepaalt bijvoorbeeld in grote mate het mobiliteitsgedrag van de toekomstige bewoners. Ook worden reisafstanden korter als voorzieningen dicht bij huis zijn. De dichtheid van wonen en werken creëert bovendien draagvlak voor een hoge kwaliteit openbaar vervoer. Ik pleit daarom voor de gezamenlijke aanpak van mobiliteitsgedrag en woningbouw in bestaand stedelijk gebied, bijvoorbeeld in de buurt van het openbaar vervoer. Mix de functies ‘wonen’, ‘werken’, ‘horeca’ en ‘winkels’ en voorkom het ontstaan van zogenaamde ‘autolocaties’. Om de stad duurzaam, leefbaar en bereikbaar te houden is ook ander mobiliteitsgedrag noodzakelijk. Natuur & Milieu signaleert dat de groeiende mobiliteitsbehoefte de steden langzaam doet vastlopen en de leefbaarheid onder druk zet.  Dat is zonde, want een omschakeling van de auto naar andere mobiliteitsvormen van de bewoners draagt bij aan het verminderen van de luchtvervuiling en de CO2-uitstoot. Het verbetert daarnaast de leefbaarheid in de stad aanzienlijk. Het wegverkeer in Nederland zorgt nu voor 15 procent van de CO2-uitstoot en fijnstof. Daar valt dus veel winst te halen! Daarnaast rijden er in Nederland acht miljoen auto’s, waar we 16 miljoen parkeerplaatsen voor hebben. Dat kost veel ruimte. Die ruimte kunnen we nuttiger gebruiken.

Nieuwe ruimte

Steden moeten daarom zo ingericht worden dat alternatieven voor de auto aantrekkelijker worden. De toekomstvisie van Natuur & Milieu ‘Van autovol naar autovrij’ schetst een beeld van een duurzaam, alternatief vervoerssysteem. De stad van de toekomst die is ontworpen voor mensen in plaats van voertuigen. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten:

  • Binnen leefzones is alleen ruimte voetgangers en fietsers.
  • Straten zijn levendige, multifunctionele ruimtes waar de mens centraal staat, waar iedereen zich vrij kan bewegen en kinderen kunnen spelen.
  • Centrale mobiliteit-knooppunten bieden allerlei vormen van deelmobiliteit en zorgen voor aansluiting op het openbaar vervoer.
  • Parkeren kan alleen ‘op afstand’, uiteraard met uitzondering voor mensen die slecht ter been zijn.

Zo’n nieuwe inrichting met autovrije leefruimtes en beperkte parkeergelegenheid is niet alleen goed voor het milieu en de luchtkwaliteit. Het draagt ook bij aan de leefbaarheid en het efficiënt gebruik van de schaarse ruimte in de stad. Een parkeerplek beslaat zo’n 12 vierkante meter. Op iedere parkeerplek past een schommel of een fietsenrek voor vijf tot tien fietsen. Vijf parkeerplekken vormen al het oppervlak van een appartement. Kortom, een beperkte auto-infrastructuur zorgt voor meer leefruimte voor mensen.

Minder parkeergelegenheid

Voor stedelijke verdichting moeten we daarom het idee van ‘de auto voor de deur’ loslaten. Het vasthouden aan individueel autobezit leidt tot problemen. Projectontwikkelaars haken af omdat het in binnensteden ruimtelijk of financieel niet mogelijk is grote aantallen (ondergrondse) parkeerplaatsen te realiseren. Onderzoeksbureau REBEL becijferde dat er hierdoor 20% minder woningen wordt ontwikkeld. Projectontwikkelaars en gemeenten moeten in plaats van zo’n dure parkeergarage investeren in openbaar vervoer en mobiliteitsknooppunten waar verschillende vormen van (deel)mobiliteit samenkomen. Een kleinere hoeveelheid parkeerruimte, eventueel op afstand, is haalbaar:

  • Er zijn grote verschillen in mobiliteitsbehoefte en autobezit van verschillende doelgroepen: algemene trend is dat jongvolwassenen later een auto nemen. Inmiddels heeft een kwart van de Nederlandse huishoudens geen auto en in de binnensteden soms zelfs meer dan de helft.
  • Verandering van voertuigvoorkeur: als bewoners vaker met het openbaar vervoer of de fiets reizen en een auto delen, zijn er minder auto’s en parkeerplekken nodig.
  • Efficiëntere benutting van parkeerruimte door het mixen van wonen en werken. ’s Avonds staat de parkeerplaats bij scholen en bedrijven bijvoorbeeld nu vaak leeg.

Samen aan de slag

Diverse Nederlandse steden hebben al (plannen voor) autoluwe en autovrije wijken die als voorbeeld kunnen dienen. Amsterdam creëerde eind jaren negentig op het GWL-terrein al een autovrij woongebied en Utrecht heeft ambitieuze plannen met de Merwedekanaalzone. In de ‘City Deal Elektrische deelmobiliteit’ voeren zes gemeenten pilots uit met deelmobiliteit en parkeerbeleid om autobezit en -gebruik te verminderen. In veel steden krijgt deelmobiliteit al langzaam vorm. Het succes van de OV-Fiets laat zien hoe groot de behoefte is aan flexibel natransport van openbaar vervoer naar de eindbestemming. Al op steeds meer plekken staan deelfietsen bij bushaltes maar ook deelauto’s en andere nieuwe mobiliteitsvormen kunnen in onze mobiliteitsbehoefte voorzien. De ontwikkeling van dit soort mobiliteitsknooppunten moet de overstap van de ene vervoersvorm op de andere makkelijker maken.

Gemeenten en projectontwikkelaars zijn nu aan zet om experimenteren met nieuwe mobiliteitsconcepten en pilots op te schalen. Dit vraagt om lef. Bij het proberen van nieuwe oplossingen hoort tevens dat je soms achteraf constateert dat iets niet werkt. Bewoners en gebruikers betrekken is hierbij ook cruciaal. Nieuwe manieren van reizen vragen immers om een gedragsverandering. Pas als mensen de voordelen – zoals meer groen en veilige speelruimte voor kinderen –  zelf ervaren zijn ze bereid andere keuzes te maken. Eenmaal enthousiast, zijn bewoners de beste ambassadeur voor autoloos wonen in de stad! Natuur & Milieu zet graag met gemeenten en ontwikkelaars de schouders onder een autoluwe, moderne wijk van de toekomst. Zo maken we samen het verschil.

 

Dit opiniestuk is verschenen in Milieumagazine , jaargang 30, mei 2019.

  • sponsor
  • sponsor
  • sponsor