Lokaal eten volgens het seizoen: de ins en outs | Natuur & Milieu

Lokaal eten volgens het seizoen: de ins en outs

De milieu-impact van voedselproductie

Als doorgewinterde seizoensgroente-eter weet je dat asperges in het najaar, of aardbeien in de winter het milieu flink belasten. Lokale producten uit het seizoen zijn dus een goede keus. Maar ook hier is er verschil in duurzaamheid. Wist je bijvoorbeeld dat het milieu-effect van voedsel dat geteeld is in een kas vaak veel hoger is dan voedsel van een akker?

Milieu-impact van voedselproductie

Alle stappen van het productieproces hebben voedings- en grondstoffen nodig en dragen daarmee bij aan de milieu-impact van voedsel. Dat begint al bij de teelt. Groente op een akker krijgt zonlicht, maar groente of fruit in een kas wordt vaak verwarmd – dit kost energie en dat gaat gepaard met uitstoot van broeikasgassen.

Vervolgens moet dat voedsel bij ons in de supermarkt terechtkomen. Voor het vervoer zijn brandstoffen nodig en ook daar komen broeikasgassen bij vrij. Maar: hoe lokaler het voedsel, hoe minder vervoerskilometers en dus hoe lager het effect op het milieu. Voor voedsel van verder weg maakt de wijze van vervoer enorm uit. Vervoer met het vliegtuig is verreweg de slechtste optie. Vervoer via boot of vrachtwagen zijn een betere optie, en treinvervoer is nóg duurzamer – 10 keer zo duurzaam als een vrachtwagen! Het is wel zo dat het milieu-effect van vervoer relatief klein is (minder dan 10%) ten opzichte van de impact van de teelt.

Dichtbij is niet altijd beter

De milieu-impact van het productieproces is veel groter dan de impact van het vervoer. Voedsel uit kassen kan een flink effect op het milieu hebben als de kas wordt verwarmd. In Nederland is dat vaak het geval, zeker in de lente of herfst. Het is dan vaak duurzamer om producten uit bijvoorbeeld Frankrijk of Spanje te kopen (waar er geteeld wordt in een onverwarmde kas). De energie die voor het vervoer nodig is, is minder dan de energie die wordt gebruikt om de kas te verwarmen.

Toch zit ook hier verbetering in. Sommige kastelers hebben energiebesparende maatregelen genomen, waardoor ze minder of geen gebruik maken van eindige brandstoffen. In plaats daarvan gebruiken ze bijvoorbeeld aardwarmte. Dit geldt onder andere voor tomaten en komkommers. In dat geval zijn kasgroenten zo slecht nog niet!

Wat komt er nog meer bij kijken?

Naast het gebruik van energie zijn er meer aspecten die de duurzaamheid van voedsel beïnvloeden:

  • De hoeveelheid land die nodig is. Producten met een hoge opbrengst per hectare (bijvoorbeeld trostomaat, komkommer, courgette of wortels) zijn duurzamer dan producten met een lage opbrengst (bijvoorbeeld puntpaprika, cherrytomaat, doperwten of broccoli).
  • Het waterverbruik. In Nederland is er over het algemeen genoeg (grond)water, maar in bijvoorbeeld (delen van) Spanje is dat niet altijd het geval. Als er dan veel water wordt gebruikt bij het telen van voedsel, brengt dat de (drink)watervoorraad in gevaar.
  • Het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Voor het gebruik daarvan gelden in verschillende Europese landen verschillende regels. In Nederland zijn de regels over het algemeen strikter dan in andere landen. Maar omdat we hier zoveel landbouw op een kleine oppervlakte hebben, zijn de effecten van het gebruik van bestrijdingsmiddelen helaas toch goed merkbaar.
  • Biologische producten zijn geteeld zonder bestrijdingsmiddelen en kunstmest, wat de duurzaamheid ten goede komt. Voor de productie is echter in principe niet minder energie nodig dan voor de teelt van niet-biologische producten.

Hoe maak je de duurzaamste keuze?

Het maken van een duurzame keuze is complex – er zijn zoveel aspecten om rekening mee te houden! Het is lastig om energie- en waterverbruik en het gebruik van land en bestrijdingsmiddelen met elkaar te vergelijken en te duiden. Er staat geen milieuscore op je groenteverpakking, zodat je weet wat de duurzaamste keus is. Toch zijn er wel onderzoekers en organisaties die scores voor groenten en fruit berekenen. In de Groente- en Fruitkalender* van MilieuCentraal kun je de score van voedsel per maand opzoeken. Je ziet dan welke producten je wel of beter niet kan kopen, afhankelijk van het land van herkomst én de tijd in het jaar. Superhandig!

Check je groente en fruit

 

Waar kan ik verder op letten?

  • Wil je buiten het seizoen (bijvoorbeeld) sperziebonen eten? Lokale boontjes in blik of pot zijn een stuk duurzamer dan (ingevlogen) bonen uit Kenia. Het blik of de pot kun je vervolgens hergebruiken of recyclen.
  • Vermijd tropische groenten en fruit die per vliegtuig zijn vervoerd. Voorbeelden zijn passievrucht, vijgen (uit Zuid-Amerika), blauwe bessen (uit Zuid-Amerika), sperziebonen (uit Egypte en Kenia), peultjes (uit Afrika of Zuid-Amerika) en asperges uit (Zuid-Amerika).
  • Doe boodschappen met de fiets of met de bus. Als je duurzaam bezig denkt te zijn door met de auto naar de boer in de buurt te gaan voor je groente, dan sla je helaas de plank een beetje mis. Je doet dan de milieuwinst van het lokaal geteelde voedsel teniet.
  • Koop wat je nodig hebt. Klinkt als een cliché, maar verspilling van voedsel is echt zonde. Alles wat nodig is geweest voor de teelt en het transport ervan zijn dan voor niets geweest.

*Deze methode neemt het gebruik van bestrijdingsmiddelen helaas (nog) niet mee.

 

  • sponsor
  • sponsor
  • sponsor
[gravityform id="186" title="false" description="false"]
  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.