Leren van de natuur voor een betere wereld | Natuur & Milieu

Leren van de natuur voor een betere wereld

In deze blog laat Anoek van der Leest, co-auteur van het boek Zo kan het ook, een aantal voorbeelden zien van hoe leren van de natuur ons kan helpen bij het vinden van duurzame oplossingen.

De afgelopen decennia is er een wijdverbreid besef neergedaald dat wij mensen nog ontzettend veel kunnen leren van de natuur. De natuur heeft zo’n 3,8 miljard jaar geëxperimenteerd met allerlei processen, met complexe, goed functionerende ecosystemen als resultaat. Daar kunnen we inspiratie uit putten voor oplossingen voor klimaatveranderingen en het verlies van biodiversiteit. Het mooie is dat dit al op grote schaal gebeurt. In deze blog laat Anoek van der Leest, co-auteur van het boek Zo kan het ook, een aantal voorbeelden zien van hoe leren van de natuur ons kan helpen bij het vinden van duurzame oplossingen.

Vragen stellen

Leren van de natuur begint met een andere manier van kijken naar de dingen die we doen. Stellen we onszelf wel de juiste vragen? Een grote groep consumenten kijkt tegenwoordig al kritischer naar de dingen die ze koopt. Dat is al heel positief. Het zit ‘m al in kleine dingen als: Wil ik een handzeep die zo goedkoop mogelijk is, of een handzeep zonder microplastics? Of: kies ik snel voor een goedkoop product uit een Chinese webshop, dat helemaal vanuit China hierheen moet worden gevlogen of kies ik voor eenzelfde soort product dat lokaal is gemaakt, van materialen van betere kwaliteit? Producenten kunnen nog een stapje verder gaan. De formule voor een shampoo wordt ontwikkeld voor het reinigen van onze haren, maar waarom niet verder denken en jezelf afvragen: kan ik ook een shampoo ontwikkelen die meteen de waterkwaliteit verbetert? Dan stap je af van het individuele denken en ga je richting denken aan het belang van het collectief. We zijn immers allemaal gebaat bij een gezond ecosysteem, bij een natuur die in balans is.

Er is geen ijsbeer op de Noordpool die zijn zalm uit Alaska importeert.

Natuurlijke keuzes maken

Op metaniveau zouden we ons wat meer kunnen gedragen als onderdeel van de natuur. We zíjn namelijk natuur, maar dat zijn we soms een beetje vergeten. Als we kijken naar hoe de natuur dingen oplost, en hoe wij mensen dat (met technologie) doen, dan zit daar een enorme discrepantie. De natuur is een meester in het besparen van energie en materiaal. Ze neemt de tijd voor haar oplossingen en maakt gebruik van informatie en structuur bij haar oplossingen. Wij doen vaak precies het tegenovergestelde.

Dat klinkt nogal abstract, maar met het voorbeeld van de Chinese webshop is het goed uit te leggen. Iets online bestellen bij een Chinese webshop zonder er al te veel over na te denken bespaart je misschien tijd, maar die tijdswinst gaat ten koste van een gigantisch energieverbruik doordat een vliegtuig of vrachtschip jouw bestelling moet komen brengen. Doordat de spullen in zo’n webshop meestal ook erg goedkoop zijn, schaf je misschien meer aan dan je nodig hebt. Daarbij gaan de spullen doorgaans ook nog eens sneller kapot. Je gebruikt dus veel energie en veel materiaal, weinig tijd en weinig informatie bij jouw bestelling.

In de natuur werkt niets op deze manier. Er is geen ijsbeer op de Noordpool die zijn zalm uit Alaska importeert. Het kost de ijsbeer tijd om zelf een zalm te vangen, maar daar gebruikt hij alleen zijn eigen energie bij en ongeveer nul materialen. De informatie die hij nodig heeft om de zalm te kunnen vangen zit opgeslagen in zijn systeem, zijn instinct.

Goed, wij zijn natuurlijk geen ijsberen en we hebben een handige samenleving gecreëerd waarin we (gelukkig) niet elke dag zelf ons voedsel hoeven te vangen. Daarvoor werken we samen. Maar als je meer informatie gebruikt (ofwel: als je beter nadenkt over je keuzes), en je neemt meer tijd om uit te zoeken welke producten je écht nodig hebt en hoe deze worden gemaakt, dan koop je het liefst lokaal en kies je voor spullen van goede kwaliteit, die lokaal zijn gemaakt van natuurlijke materialen. Je gedraagt je dan meer als die ijsbeer, en daardoor maak je natuurlijke keuzes. Je bespaart er energie en materiaalgebruik door.

Energie opwekken: leren van een alg

Natuurlijke keuzes maken betekent niet dat we geen technologie kunnen gebruiken. Je zou kunnen zeggen dat we ‘technologie producerende natuur’ zijn, en die technologie kunnen we op een hele goede manier inzetten. Binnen de technologie kunnen we ook veel leren van de natuur. Bijvoorbeeld op het vlak van energie opwekken.

Er bestaat een rode alg die wel 80 procent van het zonlicht dat hij opvangt kan omzetten in biomassa. Met onze zonnepanelen halen we op dit moment maximaal zo’n 25 tot 30 procent rendement. Als we de werkwijze van deze rode alg kunnen nabootsen, dan kunnen we het energierendement van onze zonnepanelen verbeteren. Zover is het nog niet, maar er is een begin gemaakt. Er zijn wel vijfduizend soorten van deze rode alg, die al minstens drie miljard jaar bestaat. Ze leven voornamelijk langs de kustlijn of op vochtige plekken in het land. Bij het Debeye Instituut in Utrecht hebben ze de alg onderzocht. Simpel gezegd werkt elke alg met verschillende schakelkastjes, waarlangs de lichtdeeltjes worden geleid. Die schakelkastjes zitten enorm ingewikkeld in elkaar, maar als we de code weten te kraken en we kunnen dit nabouwen, dan zit in deze alg het recept voor extreem goede zonnecellen.

De rode alg is om allerlei andere reden ook het bestuderen waard. Ze hebben ons ook geleerd dat je biofilms kunt maken met furanonen: een stofje dat ons kan helpen bij de bestrijding van longontsteking, salmonellabesmetting en infecties. Daarnaast verminderen ze de methaanproductie van koeien: uit Australisch onderzoek blijkt dat door slechts 2% gedroogde roodalgen toe te voegen aan het voer, de methaanproductie zo’n 70% omlaag gaat.

De slijmschimmel heeft al geholpen wegen- en railnetwerken te verbeteren

Decentraal opwekken

In de natuur wordt energie extreem decentraal opgewekt. Vanuit ons financieel-economische systeem deden we decentraal opwekken lang af als iets dat inefficiënt zou zijn. De laatste jaren is dat langzaam aan het veranderen door het gebruik van zonnepanelen op daken en relatief kleine opwekinstallaties. De natuur gebruikt voor alle processen steeds dezelfde bouwsteentjes in verschillende samenstellingen. Bij decentraal energie opwekken kun je de verschillende huishoudens met zonnepanelen op hun dak zien als verschillende bouwsteentjes, waarmee je een netwerk creëert van hele kleine energiecentrales. Door het goed beheren van dat netwerk, duidelijke communicatie en zich aanpassende infrastructuren, ben je veel flexibeler. Valt de helft uit? Dan kun je door de rest goed te verdelen toch doorgaan. Als een centrale energiecentrale uitvalt, is het meteen crisis.

Infrastructuur: Leren van een schimmel

Ook op het gebied van infrastructuur kunnen we leren van de natuur. Zo zijn slijmschimmels bijvoorbeeld uitzonderlijk goed in het creëren van efficiënte netwerken. Ze zoeken namelijk de meest efficiënte weg naar hun voedselbronnen en gaan deze bronnen vervolgens aan elkaar verbinden. Zo maakt dit hersenloze organisme de slimste netwerken die je maar kunt bedenken. De zoekalgoritmes van slijmschimmels kun je integreren in elektronica, zodat bijvoorbeeld zelfrijdende auto’s eenvoudiger de snelste weg kunnen vinden. De slijmschimmel heeft al geholpen wegen- en railnetwerken te verbeteren. Het bestaande treinsysteem van Tokio is bijvoorbeeld op schaal gesimuleerd om te zien of er nog snellere of kortere verbindingen mogelijk waren.

Communicerende gebouwen

Door de snel toenemende verstedelijking wordt het steeds ingewikkelder om verkeersstromen, energiebehoefte, afvalverwerking en veiligheid op elkaar af te stemmen. Toch is dit van levensbelang voor de leefbaarheid in de steden. Ook voor een toekomstbestendige stad kunnen we weer naar de natuur kijken. Daar gebeurt alles in kringlopen, die zich aanpassen als de omstandigheden veranderen. We kunnen bijvoorbeeld leren van het Wood Wide Web: het enorme ondergrondse netwerk van mycorrhiza-schimmels dat informatie en voeding doorgeeft aan planten en bomen in een bos. Dit multifunctionele netwerk kan als voorbeeld dienen voor de infrastructuren in onze steden. Zo zou de uitwisseling van informatie en grondstoffen tussen gebouwen geoptimaliseerd kunnen worden door ze warmte, koeling, elektriciteit en water met elkaar te laten delen. Een sportpark heeft immers op andere tijdstippen behoefte aan bepaalde ‘grondstoffen’ dan een kantoor. Dit kunnen we veel slimmer inrichten.

Zo kan het ook

Zoals je ziet, kun je op allerlei niveaus leren van de natuur: overheden, planbureaus, beleidsmakers en producenten kunnen binnen alle sectoren natuurlijke wijsheid toepassen in hun plannen, processen en systemen. Meer denken als de natuur levert een samenleving op die welzijn en een gezonde omgeving vooropstelt in plaats van oneindige groei.

Ook als consument kun je proberen zo natuurlijk mogelijke keuzes te maken, zoals aangegeven aan het begin van dit artikel. Je kunt steeds opnieuw kiezen voor producten en processen die de omgeving voeden in plaats van afbreken. En dat hoef je helemaal niet 100 procent goed te doen. Bouw rustig, stap voor stap aan een leefstijl die bij jou en de natuur past. Door dat te doen verandert de wereld een stukje mee. Een gezondere omgeving gaat iets teruggeven.

Doe mee en win het boek ‘Zo kan het ook’!

Meer voorbeelden van leren van de natuur kun je vinden in het boek Zo kan het ook van Jaco Appelman, Mireille Langendijk en Anoek van der Leest (2020, KNNV Uitgeverij).
Natuur & Milieu mag maar liefst drie exemplaren van dit boek weggeven. Wil jij meedoen aan deze actie? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief! Ontvang je onze nieuwsbrief al? Geen probleem, ook dan kun je meedoen. Wij zorgen er uiteraard voor dat je onze nieuwsbrief niet dubbel ontvangt. Je kunt meedoen tot 15 januari 2021. De winnaar ontvangt bericht op 18 januari. Op deze winactie zijn voorwaarden van toepassing.

  • Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
  • sponsor
  • sponsor
  • sponsor