Klimaatakkoord of niet akkoord? Dit is de klimaattafel Industrie | Natuur & Milieu

Klimaatakkoord of niet akkoord? Dit is de klimaattafel Industrie

Na maanden onderhandelen kwamen we in december 2018 tot de conclusie dat we het huidige Ontwerp van het Klimaatakkoord niet kunnen ondersteunen. Maar wat staat er eigenlijk in dat akkoord? Wat is er nu afgesproken en wat kan er beter? In deze serie blogs rond de vijf klimaattafels geven we antwoord. Deel 1: Industrie.

De ‘industrie’ is verantwoordelijk voor 28 procent van de CO2-uitstoot in Nederland. Driekwart daarvan komt voor rekening van twaalf grote bedrijven. Dat zijn bijvoorbeeld grote chemische fabrieken en raffinaderijen, waar brandstoffen, kunststoffen, staal en bijvoorbeeld kunstmest worden gemaakt.

CO2-uitstoot van de industrie moet naar nul

In het Klimaatakkoord staat dat de uitstoot van de industrie in 2050 moet zijn teruggebracht tot nul. Dat betekent dat fabrieken moeten worden omgebouwd. In plaats van met fossiele brandstoffen, moeten ze gaan produceren met duurzame elektriciteit. Ook moeten ze gaan werken met duurzaam geproduceerde grondstoffen, zoals groene waterstof. En ze moeten natuurlijk efficiënter omgaan met energie, bijvoorbeeld door hun restwarmte uit productieprocessen nuttig te hergebruiken.

Plannen, plannen, plannen

Om de doelstellingen te realiseren is in het Klimaatakkoord vastgelegd dat alle grote fabrieken – ongeveer driehonderd in Nederland – een plan moeten maken waarin ze beschrijven hoe ze de doelen gaan halen. Als dat plan is goedgekeurd door de overheid, kunnen ze subsidie krijgen om deze verder uit te rollen. Als het plan niet wordt goedgekeurd, of als bedrijven zich niet aan het plan houden en dus teveel uitstoten, krijgt het bedrijf een boete.

Plannen maken en goedgekeurd krijgen kan veel discussie geven en is te vrijblijvend om echt zoden aan de dijk te zetten. Want wie weet precies wat iedere specifieke fabriek wel en niet kan? Boetes kunnen lang omzeild worden en zijn te laag om echt een prikkel te zijn. En zo kan de industrie dus dezelfde fossiele vervuiler blijven. Daarnaast zijn er nog twee problemen rond de subsidies.

Wie gaat dat betalen?

De industrie betaalt niet genoeg in verhouding tot hun vervuiling en draagt daarmee ook weinig bij aan de oplossingen om CO2-uitstoot tegen te gaan. De vervuiler is in dit geval niet degene die ook betaalt. De subsidies die bedrijven kunnen krijgen voor hun maatregelen, worden vooral bekostigd uit een pot die grotendeels gevuld is door mensen en middelgrote en kleine bedrijven (MKB). We vinden dat onterecht. Industriële bedrijven moeten zelf meer meebetalen aan hun eigen verduurzaming.

CO2 onder de Noordzee: de struisvogel

Naast de bekostiging van de subsidie zijn we ook niet tevreden over de maatregelen waarvoor subsidie verleend wordt. Zo komt er subsidie op een maatregel die de CO2- uitstoot niet terugdringt. Met CCS (‘Carbon capture & storage’) sla je de CO2 op onder de Noordzee. Opgeruimd staat netjes, kun je denken. Maar bedrijven willen hier onbeperkt gebruik van kunnen maken. De kans is groot dat zij dan weinig of niets veranderen aan hun productieproces. Dat is geen transitie en daar krijgen ze dan ook nog geld voor.

We vinden dat dit geld beter besteed kan worden aan echt duurzame veranderingen voor lange termijn. Door het probleem op deze manier te verstoppen, krijgt Nederland geen innovatieve, concurrerende industrie, maar worden we opgezadeld met een fossiele struisvogel.

In het huidige Ontwerp van het Klimaatakkoord staan meer dan zeshonderd afspraken. In deze blogserie lichten we er een deel uit waar we dieper op ingaan.

 

Lees de tweede blog over de klimaattafel Gebouwde omgeving Naar het blogoverzicht over het Klimaatakkoord
  • sponsor
  • sponsor
  • sponsor