HOME LINKS PERS ENGLISH PAGES CONTACT
home > thema's > duurzame landbouw > aandachtsgebieden print deze pagina
over natuur en milieu actueel campagnes thema's publicaties steun ons
archief
aandachtsgebieden duurzame landbouw

Biobrandstoffen

Verkeer en vervoer is de sector met de sterkste groei van de uitstoot van het broeikasgas CO2. Om deze trend te keren, is het noodzakelijk het brandstofverbruik terug te dringen. En omdat voor verkeer en vervoer altijd een grote hoeveelheid brandstof nodig blijft, moeten er klimaatvriendelijke brandstoffen komen.

Natuur en Milieu vindt dat de ontwikkeling van biobrandstoffen voor de transportsector zorgvuldig moet gebeuren. We moeten fossiele brandstoffen - met alle bezwaren die daaraan kleven - natuurlijk niet inruilen voor biobrandstoffen die niet op duurzame wijze geproduceerd worden.

Biobrandstoffen: geen quota, maar kwaliteit! (nieuwsbrief, 7 november 2007)
Valse belofte van biobrandstof - essay door Lucas Reijnders (Terra 2,  2007)
Rotterdam wereldhaven van foute biobrandstoffen of voorloper? (persbericht, 12 juni 2007)
   Klik hier voor het Manifest Biobrandstoffen (12 juni 2007)
Cramer Criteria geen garantie voor duurzame bio-massa (persbericht, 27 april 2007)

Voor de productie van biobrandstoffen worden planten gebruikt die tijdens hun groei CO2 opnemen en vastleggen in plantaardig materiaal. Bij verbranding komt de opgenomen CO2 weer vrij. In theorie is het gebruik van biobrandstoffen klimaatneutraal. Maar in de praktijk zijn de biobrandstoffen op zijn best gedeeltelijk klimaatneutraal.

Veel biobrandstoffen zijn niet zo milieuvriendelijk omdat voor de productie geen hout of vezelgewassen worden gebruikt, maar agrarische gewassen, die bij de teelt veel kunstmest en bestrijdingsmiddelen nodig hebben. Bovendien is veel energie nodig in het productieproces. Zo kan het milieuplaatje zelfs negatief uitpakken.

Randvoorwaarden
Natuur en Milieu maakt onderscheid tussen goede en minder goede biobrandstoffen. We stellen twee randvoorwaarden om de slechtste alternatieven buiten de deur te houden en innovatie te prikkelen:

  1. De biobrandstof moet qua herkomst, productieketen en sociale aspecten middels een certificaat controleerbaar zijn. Er mogen bijvoorbeeld geen problemen zijn met waterschaarste en water-, bodem- en luchtvervuiling.
  2. De biobrandstof moet een hoge netto CO2-winst over de hele keten kunnen halen. Na aftrek van de emissie van CO2 en andere broeikasgassen bij de teelt en het transport moet er een flinke winst in CO2 reductie zijn ten opzichte van fossiele brandstoffen. Op de langere termijn moet een CO2-winst mogelijk zijn van circa 80 procent.

Natuur en Milieu heeft een lijst opgesteld met biobrandstoffen die goed scoren op duurzaamheid. Alleen brandstoffen die op deze lijst staan, moeten in aanmerking komen voor accijnskorting. De vervolgstap moet zijn biobrandstoffen nauwkeuriger te toetsen op duurzaamheidscriteria.

Goede biobrandstoffen zijn:

  • Alcohol (ethanol) uit reststromen uit de agrarische industrie, zoals tarwegries, maïskolfkernen, stro, e.d.;
  • Biodiesel die chemisch gefabriceerd wordt uit houtige biomassa van duurzame herkomst, zogeheten FT-diesel of HTU-olie;
  • Alcohol dat met schimmels geproduceerd wordt uit houtige biomassa van duurzame herkomst, zoals bermgras, snoeiafval, vezelhennep, olifantsgras, afvalstromen als pindadoppen en duurzaam geproduceerd hout.

Slechte biobrandstoffen zijn bijvoorbeeld met veel kunstmest geteelde koolzaaddiesel en PPO uit koolzaad, palmolie en bio-ethanol uit nieuwe suikerrietplantages.

Klik hier voor het uitgewerkte standpunt van Natuur en Milieu over biobrandstoffen (februari 2006)

Publicatiedatum: 09-11-2007